Mijn favorieten

Nieuws van Onbezorgd Wonen

1 december 2017

Stijgende huizenprijzen leidt tot Kamervragen

Minister K.H. Ollongren heeft uitgebreid gereageerd op Kamervragen over de almaar stijgende huizenprijzen.

Geen glazen bol

De huidige prijsstijgingen zijn voor een groot deel te verklaren door de gedaalde rente, de toegenomen inkomens en de inhaalvraag van huishoudens die tijdens de crisis niet hun woonwensen konden realiseren. Daarnaast is door demografische ontwikkelingen de vraag naar woningen groot, en is het aanbod van nieuwe woningen sinds de crisis achtergebleven. Het is aannemelijk dat de oorzaken van de huidige prijsstijgingen nog enige tijd zullen voortbestaan. Onverwachte gebeurtenissen die de economie en het consumentenvertrouwen beïnvloeden, bijvoorbeeld een stijging van de rente, kunnen niet worden voorspeld. Daarom doe ik geen uitspraken over de prijsontwikkeling in de komende drie jaar.

Hoogtepunt

De regionale verschillen zijn groot. De landelijke stijging van de huizenprijzen is in historisch perspectief niet uitzonderlijk groot. De prijsindex bestaande koopwoningen steeg in 2016 met 6,4%. In de jaren 1995 tot en met 2001 werd een gemiddelde prijsstijging van 12% gerealiseerd. In alle provincies met uitzondering van Noord Holland lagen de prijzen in het derde kwartaal van 2017 nog onder de vorige top.

Vertraagd aanbod nieuwbouw

Het aanbod van nieuwe woningen is sinds de crisis achtergebleven. Tijdens de crisis daalde de vraag naar woningen en daarmee de nieuwbouw sterk. Logischerwijs hebben bouwbedrijven, investeerders en gemeenten vanwege de sterk dalende vraag en prijzen geplande woningbouwprojecten stilgelegd of uitgesteld.

Bouwen van woningen vergt een aanzienlijke voorbereidingstijd in een dichtbevolkt land als Nederland. De ruimtelijke inpassing van woningbouw vergt een zorgvuldige afweging waarbij ook infrastructuur, omgevingskwaliteit en behoud van natuur en open ruimte een rol spelen. De bouwproductie reageert daarom niet snel op veranderingen in de woningvraag.

Bron: Rijksoverheid

 

24 november 2017

BKR codering en aankoop woning

Opnieuw is een uitspraak gedaan door de rechtbank waarbij de consument in het gelijk is gesteld met zijn vordering tot het verwijderen van een BKR registratie.
Eerder is ook een uitspraak gedaan inzake het inkorten van de registratieduur van 5 jaar.

Kort geding (Wehkamp)

Vordering in kort geding tot verwijdering gegevens in het CKI van BKR in verband met verkrijgen van (niet verkrijgen) van hypotheek. Belangenafweging als vereist door HR valt ten gunste van eiser uit bij afweging van belangen eiser tegen die van BKR. Onvoldoende weersproken belang bij aankoop woning en argumenten voor handhaven registratie te licht bevonden.

De voorzieningenrechter is voorshands van oordeel dat handhaving van de BKR-registratie van [eiser] uit een oogpunt van proportionaliteit onvoldoende kan steunen op de belangenafweging zoals Wehkamp die ten grondslag heeft gelegd aan haar (in negatieve zin herziene) beslissing tot weigering om tot verwijdering van de registratie te komen.

De betalingsverplichting betrof immers een relatief gering bedrag en is door [eiser] uiteindelijk, toen hij daarmee door het incassobureau was geconfronteerd, binnen een redelijk korte termijn afgelost. De daarmee resterende verwijtbaarheid van de daarvóór onbenut gebleven tijd aan de zijde van [eiser] als gevolg van het door hem niet melden van zijn adreswijziging moet worden gerelativeerd met het gegeven dat diens nieuwe en huidige adres reeds per 29 augustus 2011 in het GBA was opgenomen en daarvan derhalve eerder anderszins kennis had kunnen worden genomen dan is gebeurd.

Kort geding (Obvion), tussentijds verwijderen BKR registratie
(4.4) Uitgangspunt is dus dat de registratie terecht heeft plaatsgevonden. Niet in geschil is dat het reglement voorschrijft dat de registratie pas na 5 jaar, dus op 6 oktober 2021 door Obvion mag worden verwijderd. Dat laat echter onverlet dat ook in de tussentijd aanleiding kan bestaan om de registratie te verwijderen, namelijk als handhaving in strijd zou zijn met de eerdergenoemde eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is daarvan in dit geval sprake.

Bron: Rechtspraak.nl


23 november 2017

Piek prijsstijging koopwoningen

Bestaande koopwoningen waren in oktober 8,2% duurder dan in oktober 2016. Dit is de grootste prijsstijging in bijna 16 jaar. Sinds juni 2013 is sprake van een stijgende trend van de huizenprijzen. Dit blijkt uit het onderzoek naar de prijsontwikkeling van bestaande particuliere koopwoningen in Nederland van het CBS en het Kadaster.

Prijzen 22% hoger dan tijdens dal in juni 2013

In augustus 2008 bereikten de woningprijzen een piek. Vervolgens daalden de prijzen tot een dieptepunt in juni 2013. Sindsdien is er sprake van een stijgende trend. Ten opzichte van de piek is het prijsniveau nog ruim 4% lager. Vergeleken met het dal zijn de prijzen gemiddeld 22% hoger. Het gemiddelde prijsniveau van bestaande koopwoningen is in oktober 2017 ongeveer even hoog als in mei 2007.

Bron: CBS / Kadaster


9 november 2017

Gemiddelde WOZ-waarde van woningen

De gemiddelde WOZ-waarde van woningen is in 2017 voor het tweede jaar op rij gestegen. Op 1 januari 2017 bedroeg de gemiddelde WOZ-waarde 216 duizend euro per woning, 3,3 procent hoger dan een jaar eerder. Dat meldt het CBS op basis van nieuwe cijfers.

Amsterdam spande de kroon met een woningwaardegroei van bijna 15 procent in het afgelopen jaar. De gemiddelde WOZ-waarde steeg daar van 253 duizend euro per woning (2016) naar 290 duizend euro per woning (2017). Dat is ruim 11 procent boven het hoogste niveau van 2010. Ook in de gemeente Utrecht en de gemeenten rond Amsterdam nam de gemiddelde woningwaarde fors toe.

Grootste stijging in Noord-Holland

In Noord-Holland steeg de gemiddelde woningwaarde met bijna 8 procent tot 259 duizend euro, de hoogste stijging van alle provincies. In 2016 was de woningwaarde nog het hoogst in de provincie Utrecht. De provincie Groningen heeft met 157 duizend euro per woning de laagste gemiddelde WOZ-waarde. Wel steeg de woningwaarde ook in Groningen, al was die met 1,3 procent het laagst van alle provincies.

WOZ-waarde volgt huizenprijs

De WOZ-waarde volgt de prijsontwikkeling van bestaande koopwoningen met ongeveer een jaar vertraging. Deze vertraging komt doordat woningen die op 1 januari van een jaar aanwezig zijn in de woningvoorraad worden getaxeerd naar de waarde van 1 januari van het voorgaande jaar. De huizenprijzen stijgen al wat langer, terwijl de WOZ-waarde sinds 2016 een stijging laat zien. De WOZ-waarde van woningen ligt nog wel bijna 11 procent onder het niveau van 2010.

De ontwikkelingen van de WOZ-waarde en de huizenprijzen lopen niet synchroon. Naast het effect van de taxatie van een jaar eerder, worden bij de ontwikkeling van de WOZ-waarde alle woningen in de woningvoorraad meegenomen, dus ook huurwoningen en niet verkochte koopwoningen. Daarnaast verandert de woningvoorraad door nieuwbouw en sloop, wat over het algemeen een positief effect heeft op de ontwikkeling van de WOZ-waarde.

Bron: CBS


2 november 2017

Trendbreuk: groeiende behoefte aan kleine woningen

Als micro-appartementen en flexibele woonunits meegenomen worden, is er behoefte aan 60.000 tot 100.000 kleine woningen, blijkt uit onderzoek. De komende decennia wordt tachtig procent van de huishoudensgroei in Nederland veroorzaakt door de toename van eenpersoonshuishoudens.

Zestig procent van de Nederlandse corporaties, provincies en gemeenten ziet de vraag naar Tiny Houses, micro-appartementen en flexibele woningen op zich afkomen. Er is sprake van een trendbreuk; de laatste jaren neemt de woonoppervlakte van nieuwe woningen af.

Er zijn drie vormen van klein wonen te onderscheiden:

  • Tiny Houses: vrijstaand, vrijheid & lifestyle: verkleinen van footprint, zelfbouw;
  • micro-appartementen: binnenstedelijke locatie, woonidentiteit - door ontwikkelaar, belegger of corporatie;
  • flexibele, tijdelijke woonunits: geschikt om snel een bepaalde doelgroep te bedienen, professionele opdrachtgever, vaak stapelbaar en verplaatsbaar.

Gemeenten zouden meer mogen doen om klein wonen aanvullend op te nemen in hun woonbeleid en locaties hiervoor beschikbaar te stellen, klonk op het congres, en de vraag van doelgroepen kan beter in kaart worden gebracht: millennials, urgenten/spoedzoekers, woonnomaden, ouderen en zelfbouwers. Stec Groep voert momenteel een vervolgonderzoek uit. Opvallend is de groei van de groepen die vanuit intrinsieke motivatie klein willen wonen. Vooral voor de millennials lijken woonidentiteit, leefstijl en ‘ervaring boven bezit’ belangrijker dan vierkante meters.

Bouwbesluit

De afgelopen jaren heeft het ministerie van BZK de landelijke prijsvraag Tiny Houses (woningen kleiner dan 50 m2 BVO) ondersteund. Gemeenten vragen zich af of een kleine woning lastig te vergunnen is vanwege de eisen in het Bouwbesluit. Dat is niet het geval. Uit casuïstiek naar aanleiding van de prijsvraag blijkt dat de gelijkwaardigheidsbepaling uit het Bouwbesluit voor de meeste Tiny Houses uitkomst biedt. Gemeenten hebben de ruimte akkoord te gaan met bijvoorbeeld een veilige uitschuifbare trap, op voorwaarde dat aannemelijk is dat deze in de betreffende situatie even veilig is als een normale trap. Het is aan de creativiteit van de indiener van de aanvraag om de gelijkwaardigheid van de oplossing goed te onderbouwen. Daarnaast bleek men niet goed op de hoogte te zijn van de eisen in het Bouwbesluit voor woningen voor particulier eigendom. Zo is de minimale oppervlakte van een kleine woning (particulier) maar 10 m2.

Voor binnenstedelijke transformatiegebieden is bijvoorbeeld de Tiny Tower ‘Slim Fit’ interessant als mogelijkheid voor verdichting in de stad. Ook ‘Tiny Tim’ (geheel zelfvoorzienend/autarkisch) is een mogelijkheid voor huisvesting op tijdelijke plekken in de stad.

Bron: Rijksoverheid


30 okober 2017

Woning- en hypotheekbezitters gaan er minder op voorruit

Uit de berekeningen van het Nibud blijkt dat huishoudens met een eigen woning en hypotheek een iets minder hogere koopkrachtstijging hebben dan niet- woningbezitters met eenzelfde woonlast.

Huizenbezitters ondervinden nadeel van de lagere belastingtarieven en van de afbouw van de hypotheekrenteaftrek.
Hoe hoger de hypotheek, hoe kleiner de koopkrachtstijging. Daarnaast wordt vanaf 2019 de wet-Hillen in dertig jaar afgebouwd. Dit betekent dat huishoudens die hun hypotheek volledig hebben afgelost in 2021 10 procent van het eigenwoningforfait moeten optellen bij hun inkomen in box 1. Het effect hiervan is afhankelijk van het inkomen en de waarde van de woning. Het kan variëren van 0 euro, als men niet alle heffingskortingen kan verzilveren, tot bijvoorbeeld min 163 euro per jaar bij een inkomen van 70.000 euro en een woningwaarde van 600.000 euro.

Koopkrachtontwikkeling

De term koopkrachtontwikkeling staat voor de hoeveelheid goederen en diensten die met het netto inkomen kunnen worden gekocht in vergelijking met vorige jaren.

Bron: Nibud


20 oktober 2017

Kostengrens NHG 2018

Het Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW) heeft de kostengrens van de Nationale Hypotheek Garantie (NHG) voor 2018 bekend gemaakt. Vanaf 1 januari stijgt de kostengrens naar €265.000. Dat is ruim 8 procent meer vergeleken met dit jaar – nu is de grens nog € 245.000.

Energiebesparende maatregelen

Voor woningen waarin geïnvesteerd wordt in energiebesparende voorzieningen, stijgt de NHG kostengrens naar maximaal €280.900.

De ruim €15.000 investeringsruimte biedt de koper de mogelijkheid voor verduurzaming van de eigen woning.

Het percentage van de huizenkopers dat in aanmerking komt voor het afsluiten van een hypotheek met NHG en daar niet voor kiest is 30,9% voor 2017 (cijfer tot nu toe).Er is de afgelopen jaren een stijging te zien in dit percentage: van 12% in 2012, 18,7% in 2013, 22,5% in 2014, 20,6% in 2015, naar 27,3% in 2016.

Bron: Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW)


18 oktober 2017

Dipje in huizenverkoop

In september 2017 registreerde het Kadaster 20.632 verkochte woningen. Dit is een daling van 1,8% ten opzichte van september 2016 (21.009). Dit meldt het Kadaster.

Vergeleken met de voorgaande maand, augustus 2017, is er ook sprake van een daling van 0,7%. Het Kadaster registreerde toen 20.780 verkochte woningen. Het Kadaster registreert de transacties van bestaande koopwoningen op het moment dat de notaris deze bij het Kadaster laat inschrijven. Dat is dus het moment van eigendomsoverdracht, de koper wordt eigenaar van de woning.

Woningtypen

Vergeleken met september vorig jaar zien we de grootste stijging bij vrijstaande woningen met 5,1%. Bij appartementen registreren wij de grootste daling met 7,5%. Ten opzichte van de vorige maand, augustus 2017, zien we bij 2-onder-1-kap woningen de grootste stijging (5,3%), bij hoekwoningen zien we de grootste daling (-4,5%).

Provincies

Ten opzichte van september 2016 stijgt het aantal geregistreerde verkochte woningen in Drenthe het meest met 15,8%. In Utrecht zien we de grootste daling van 13,6%. Vergeleken met augustus 2017 is in Zeeland de stijging het grootst (18,4%). In Flevoland zien we de grootste daling met 10,3%.

Hypotheken         

Het aantal geregistreerde hypotheken nam in september 2017 met 1,1% toe ten opzichte van september 2016, van 28.819 naar 29.126. Vergeleken met augustus 2017 (29.172) is er sprake van een daling van 0,2%.

Executieveilingen

In september 2017 vonden 43 executieveilingen plaats. Dit is een daling van 14% ten opzichte van september 2016 (50).

Bron: Kadaster


16 oktober 2017

Woningmarkt raakt oververhit: vraag overstijgt aanbod

Voor het tweede achtereenvolgende kwartaal is het aantal woningtransacties praktisch gelijk gebleven aan hetzelfde kwartaal een jaar eerder. NVM-makelaars verkochten bijna 41.000 woningen (ofwel bijna 59.000 woningtransacties voor de gehele bestaande koopwoningmarkt). Tussen de verschillende typen eengezinswoningen met plussen van 2% tot 9%, zorgen de appartementen - het meest verkochte woningtype - voor het tegenwicht met een daling van 9,4%. In de afgelopen vier kwartalen verkochten de NVM-makelaars gezamenlijk 169.000 woningen (plusminus 230.000 voor de totale markt).

Woningprijzen blijven maar stijgen

Andermaal heeft de transactieprijs van verkochte bestaande koopwoningen een nieuw record bereikt. Voor een woning in het 3de kwartaal 2017 is gemiddeld 264.000 euro betaald. Dat is 9,7% meer dan een jaar geleden. De prijs van een gemiddeld verkocht appartement is met 14% gestegen in een jaar tijd. De prijs van verkochte tussenwoningen in het afgelopen kwartaal lag bijna 8% hoger. Een steeds groter deel van de Randstad kent een stijging van de transactieprijzen die boven de 15% uitkomt: Leiden (18,8%), Den Haag eo (18,0%), Almere (17,5%), Amsterdam (17,1%), Haarlemmermeer (16,7%) en het Gooi (15,5%).

Verkooptijden woningen dalen verder

In het 3de kwartaal 2017 valt vooral de verkooptijd van verkochte vrijstaande woningen op. In vergelijking met een jaar eerder kent dit type de kleinste daling, in vergelijking met een kwartaal eerder juist de grootste daling. Dit is een terugkerend fenomeen in het 3de kwartaal van het jaar. Feit is dat de verkooptijd van de vrijstaande woningen onder de 4 maanden is gedoken (115 dagen). Bij de verkochte andere typen woningen bedraagt de verkooptijd gemiddeld tussen bijna 1,5 en nog geen 2 maanden. Minder dan 10% van de verkopen heeft daarvoor een jaar of langer te koop gestaan. Daarmee zijn het afgelopen kwartaal bijna 3.800 van de om en nabij 28.000 woningen die aan het begin van het 3de kwartaal 1 jaar of langer te koop stonden het afgelopen kwartaal verkocht.

Bron: NVM


10 oktober 2017

Kadaster: jonge koopstarters

Het aantal jongeren dat een eerste woning koopt, neemt licht toe. Maar lang niet overal: in één op de drie gemeenten loopt het aantal zelfs terug. Dit blijkt uit Kadaster-onderzoek.

Uit het onderzoek blijkt dat het aandeel van de jonge starters op de koopwoningmarkt achterblijft door het sterker toenemende aantal doorstromers. Mede daarom staan deze jonge koopstarters op dit moment volop in de belangstelling.

Lichte stijging aantal jonge koopstarters

Het aantal koopstarters tot 35 jaar is het afgelopen jaar toegenomen met 5%. De rest van de particuliere woningmarkt (doorstromers, particuliere investeerders en oudere koopstarters) groeide met 24% een stuk harder.

In 35% van gemeenten daling koopstarters

Het aantal jongere koopstarters neemt in 65% van de gemeenten toe. Uitschieters zijn Lelystad, Gouda, Den Bosch en Tilburg met een stijging van meer dan 10%. In 35% van de gemeenten zien we een daling. In Amsterdam en Utrecht is die daling respectievelijk 17% en 9%.

Bron: Kadaster


7 september 2017

Laagste huurstijging sinds 2010

De woninghuren lagen in juli 2017 gemiddeld 1,6 procent hoger dan in juli 2016. Dit is de laagste huurstijging sinds 2010. De huurstijging van de sociale huurwoningen bij de woningcorporaties was met 1,1 procent relatief laag. Bij de overige verhuurders stegen deze huren 2,5 procent. De huren van duurdere woningen in de vrije sector stegen met 2,3 procent. Dat meldt het CBS op basis van nieuwe cijfers.

Effect huurbeleid

De huren van sociale huurwoningen bij de woningcorporaties stegen per 1 juli van dit jaar met gemiddeld 1,1 procent. Dit is een stuk lager dan de stijging van 1,6 procent vorig jaar. Volgens het gewijzigde huurbeleid mogen ruwweg de totale huurinkomsten van een corporatie over het kalenderjaar 2017 met niet meer dan 1,3 procent stijgen. Deze maximale huursomstijging drukt de huurstijging bij de woningcorporaties.

Bij de overige verhuurders is de huurstijging van gereguleerde huurwoningen met 2,5 procent hoger dan vorig jaar (2,3 procent). Voor deze verhuurders geldt geen maximale huursomstijging. In meer dan de helft van de gevallen stegen de huren met 2,8 procent. Dit is de maximale huurverhoging voor de laagste inkomensgroep. Dit percentage is door het gewijzigde huurbeleid verhoogd van 2,1 procent in 2016 naar 2,8 procent dit jaar.

Huurstijging ook bij bewonerswisseling lager

De huren bij bewonerswisseling stegen dit jaar ook minder hard dan voorgaande jaren. De gemiddelde huurverhoging bij wisseling van huurders was dit jaar 7,4 procent. Verhuurders zijn niet gebonden aan de maximale huurverhoging als een nieuwe huurder in de woning trekt. Voor huurders die niet verhuizen viel de gemiddelde huurverhoging lager uit: 1,2 procent. De gemiddelde huurstijging kwam uit op 1,6 procent.

Bron: CBS
 

6 september 2017

Kamervragen verhuurmakelaaars

Minister Plasterk heeft Kamervragen over het bericht dat verhuurmakelaars een manier hebben gevonden om huurders extra op kosten te jagen beantwoord.

Vraag

Klopt het dat er verhuurmakelaars zijn die op de door de rechter verboden bemiddelingskosten een ander etiket plakken, namelijk contractkosten of administratiekosten, en deze vervolgens alsnog aan huurders doorberekenen? Zo ja, op welke schaal komt dit voor?

Antwoord

Het is mij bekend dat het voorkomt dat bemiddelaars verschillende benamingen gebruiken voor bemiddelingskosten om deze op een verkapte wijze van de consument-huurder te kunnen verlangen. Zoals in de beantwoording van de vragen van het lid Bashir (SP) over bemiddelingsbureaus die nog steeds ten onrechte bemiddelingskosten in rekening brengen bij huurders (Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2015-2016, nr. 923) en in de Kamerbrief over terugvordering bemiddelingskosten (27926, nr. 251) aangegeven, is de wet duidelijk dat aan de consument-huurder van woonruimte geen bemiddelingskosten, onder welke benaming dan ook, in rekening mag worden gebracht in het geval dat de bemiddelaar (ook) in opdracht van de verhuurder bemiddelt.

Ook in deze gevallen zal de huurder immers de door hem betaalde bemiddelingskosten binnen vijf jaar na dato kunnen terugvorderen, zo nodig met de hulp van een deurwaarder. Verwacht mag worden dat dergelijke praktijken snel zullen eindigen.

Hulpmiddel

Op de website van de ACM is informatie te vinden over welke kosten de verhuurder wel en niet in rekening mag brengen en hoe de consument-huurder kan weten of een huurbemiddelaar een opdracht van de verhuurder heeft gekregen.

Voorbeeldbrieven

Op de website van de NVM is informatie te vinden over het terugvorderen van ten onrecht betaalde verkapte bemiddelingskosten, inclusief een voorbeeld voor een terugvorderingsbrief en een voorbeelddagvaarding.
[zie daar de vraag: Wat kan ik doen als ik ten onrechte bemiddelingskosten heb betaald? Daar staan downloads voor: Sommatiebrief NVM bemiddelingskosten, Dagvaarding NVM bemiddelingskosten huur, NVM toelichting dagvaarding, ACM wijst verhuurmakelaars en studenten op nieuwe regels huurbemiddeling, Brief ACM aan verhuurmakelaars.]

Bron: Rijksoverheid / ACM / NVM


3 augustus 2017

Vertrouwen in woningmarkt stabiel

Volgens Vereniging Eigen Huis is het vertrouwen van Nederlanders in de woningmarkt nog steeds hoog. De Eigen Huis Marktindicator eindigt in juli voor de derde keer achtereen op een waarde van 113.

Met de Eigen Huis Marktindicator meet Vereniging Eigen Huis iedere maand het vertrouwen van de consument in de woningmarkt. Deze indicator heeft een waarde tussen de 0 en de 200.

Nu een huis kopen of niet?

Ruim 40 % van de Nederlanders geeft aan dat het momenteel een gunstige tijd is om een huis te kopen. De lage hypotheekrente is hiervoor de belangrijkste reden.
Ondanks dit hoge vertrouwen, is het aantal mensen dat het een gunstig moment vindt om te kopen in een jaar tijd met 20 procentpunten gedaald. Oorzaak is de verwachting dat de hypotheekrente de komende tijd licht gaat stijgen.

Ook zijn er steeds meer Nederlanders die het nu juist een ongunstig moment vinden om een huis te kopen. Een jaar geleden waren de almaar stijgende huizenprijzen voor 23 % van de Nederlanders een belangrijke reden om negatief te zijn over de kansen op een eigen woning, nu is dat verdubbeld naar 47 %.

Het aantal mensen dat somber is gestemd door het steeds krappere aanbod van woningen is in een jaar zelfs verzesvoudigd, van 6 % naar 35 %.

Bron: Vereniging Eigen Huis


20 juli 2017

Voorwaarden subsidie asbestdaken soepeler

Per 19 juli 2017 is de wijziging van de Subsidieregeling verwijderen asbestdaken gepubliceerd. Dat betekent dat een asbestdak niet groter hoeft te zijn dan 35m². De wijziging gaat in vanaf 20 juli 2017.

Vervallen minimale hoeveelheid geïnventariseerd asbestdak

Op grond van de Subsidieregeling verwijderen asbestdaken gelden bepaalde voorwaarden voor de aanspraak op subsidie. Een van de voorwaarden is dat de omvang van het geïnventariseerde asbestdak groter is dan 35m2.

De achtergrond van deze voorwaarde is dat in sommige gevallen voor een verwijdering van 35m2 of minder geen professioneel, gecertificeerd, asbestverwijderingbedrijf verplicht is. Bovendien gaat het bij dergelijke kleine oppervlakten om lage bedragen waarbij de baten van de subsidie niet opwegen tegen de uitvoeringslasten van het verlenen van de subsidie.

Deze voorwaarde loopt in de praktijk echter tegen bezwaren aan. Er zijn namelijk situaties waarin ook kleine hoeveelheden asbestdak door een professioneel gecertificeerd bedrijf moeten worden verwijderd (zoals asbestdakleien). Die gevallen komen nu niet voor subsidie in aanmerking. Daarnaast staat de voorwaarde ook in de weg aan collectieve saneringen van (kleine) asbestdaken op meerdere adressen tegelijk. Dit komt bijvoorbeeld veel voor bij beheerders van sociale woningbouwobjecten waar een hele straat of wijk wordt gesaneerd. Al die individuele objecten kunnen 35 m2 of minder asbestdak bevatten maar gezamenlijk gaat het om substantiële hoeveelheden.

Daarom komt in deze wijzigingsregeling de voorwaarde dat het geïnventariseerd asbestdak per adres meer dan 35 m2, te vervallen. Deze voorwaarde was opgenomen in artikel 7, eerste lid, onder b.

Door het vervallen van de voorwaarde komen alle saneringen, ongeacht de hoeveelheid geïnventariseerde vierkante meters asbestdak in aanmerking voor subsidie. Wel blijft de voorwaarde gelden dat de verwijdering van het asbestdak door een gecertificeerd bedrijf is uitgevoerd (artikel 7, onderdeel b (nieuw).

Bron: RVO / Rijksoverheid


14 juli 2017

VEH: Koper houdt vertrouwen

Ondanks een steeds schaarser wordend woningaanbod en verder stijgende huizenprijzen, zien consumenten de koop van een woning nog steeds zitten. De Eigen Huis Marktindicator, die het vertrouwen op de woningmarkt meet, blijft in juni met een waarde van 113 op een ongewijzigd hoog niveau. Dat is 62 punten hoger dan op het dieptepunt in de crisis, in december 2012.

De lage rente verleidt

Kopers en huurders in de vrije sector betalen een steeds hogere ‘schaarste premie’, een prijsopslag die het gevolg is van het schaarse woningaanbod en een groeiend aantal woningzoekenden. Dit drijft de huizenprijzen op, maar door de uitzonderlijk lage hypotheekrente blijft het kopen van een huis relatief aantrekkelijk.

Zelfs een hoog prijsniveau schrikt potentiële kopers nog niet af. De stijgende prijzen geven hen juist extra vertrouwen dat een eigen huis een goede investering lijkt. Maar liefst 80% van de Nederlandse bevolking verwacht dat de huizenprijzen in de komende 12 maanden verder zullen stijgen, blijkt uit de Eigen Huis Marktindicator.

Gunstige tijd om een huis te kopen?

Het antwoord op de vraag of het nu een gunstige tijd is om een huis te kopen, vertoont een licht dalende tendens. Op veel plaatsen zijn woningen inmiddels zo in prijs gestegen dat nog maar 45% van de Nederlandse bevolking vindt dat het nu nog een gunstige tijd is om te kopen. Een jaar geleden was dat nog 60%. Het percentage respondenten dat het een slechte tijd vindt om een huis te kopen, is in het afgelopen jaar licht toegenomen van 9% naar 14%. Ongeveer 40% oordeelt hier neutraal over, een jaar geleden was dat nog 32%.

Bron: VEH


13 juli 2017

Woningmarkt: prijzen blijven hoog

Het tekort aan nieuw woningaanbod heeft het aantal transacties het afgelopen kwartaal gedrukt. Daarmee lijkt voorlopig de groei eruit. Voor het eerst in 13 jaar stonden er in het 2de kwartaal in Nederland minder dan 100.000 bestaande koopwoningen in aanbod. Dit blijkt uit voorlopige kwartaalcijfers van de NVM.

Afname aantal transacties vooral in krappe regio’s

Hoewel het over de hele linie goed gaat in de Nederlandse woningmarkt, blijven de regionale verschillen groot. Er is sprake van een driedeling: krappe woningmarkten, evenwichtige woningmarkten en ruime woningmarkten.

Krappe woningmarkten

Krappe woningmarkten, zoals de Randstad, en de steden Groningen en Eindhoven waar een consument keuze heeft uit 5 of minder woningen, kennen gemiddeld een daling in het aantal transacties van ongeveer 8% vergeleken met een jaar eerder. Dit wordt veelal veroorzaakt door een tekort aan nieuw aanbod van bestaande koopwoningen.

Het te koop staande aanbod daalde in deze regio’s in een jaar tijd met meer dan 40%. In vergelijking met de prijzen halverwege 2008 liggen deze inmiddels al weer 10% hoger. Deze krappe woningmarkt bepalen voor een belangrijk deel het beeld op de Nederlandse koopwoningmarkt: bijna de helft van het aantal transacties vindt in deze regio’s plaats.

Evenwichtige woningmarkten

Evenwichtige woningmarkten (met een krapte-indicator tussen 5 en 10) noteren een stijging in het aantal transacties van 6% in vergelijking met een jaar eerder en een daling van het te koop staande aanbod van 33%. Transactieprijzen liggen gemiddeld nog altijd 4% onder het niveau van 2008.

Ruime woningmarkten

In de ruime woningmarkten (met een krapte-indicator van 10 of meer) zijn gemiddeld 8% meer woningen verkocht dan een jaar eerder. Het te koop staande aanbod daalde daar met ‘slechts’ 25%. De gerealiseerde transactieprijzen liggen daar gemiddeld nog bijna 7% onder het (record)niveau van 2008.

Aanbod

Het aantal woningen dat in Nederland te koop staat neemt steeds sneller af. Halverwege het tweede kwartaal 2017 (de peildatum voor het aanbod) staan er bij NVM-makelaars bijna 73.000 woningen in aanbod (totale markt 97.000). Dat is 35% minder dan een jaar geleden. Ook vergeleken met een kwartaal eerder is er sprake van een daling van het woningaanbod van bijna 8%.

Doorlooptijden

De looptijd van het in aanbod staande koopwoningen is in een jaar tijd met ruim 22% gedaald tot 256 dagen. 38% van de woningen staat een jaar of langer te koop, 17% zelfs drie jaar of langer. Een potentiële koper kon in het tweede kwartaal uit zo’n 5 woningen kiezen. De verkoopkans van woningen die te koop komen, neemt verder toe. 65% van de nieuw in aanbod gekomen woningen is binnen 90 dagen verkocht.

Bron: NVM


10 juli 2017

Voorbehouden bij woningaankoop

Minister R.H.A. Plasterk gaat in een Kamerbrief nader in op het toegenomen aantal voorbehouden bij woningaankopen.

In november 2016 heeft ook het Financieel Stabiliteitscomité (FSC) zorgen geuit over het aankopen van een woning zonder voorbehouden. Het zou onwenselijk zijn als consumenten onder druk van de markt afzien van een financieringsvoorbehoud of een bouwkundige keuring.
Met name wanneer de consument niet zeker weet of hij de woning kan financieren en/of niet zeker is over de bouwkundige staat van de woning, is het verstandig om voorbehouden op te nemen in de koopovereenkomst.

Modelkoopcontract

Afgesproken is dat NVM en VBO Makelaar zullen verkennen of in het modelkoopcontract, de toelichting hierop, of in de opdracht tot dienstverlening aan de makelaar, beter gewezen kan worden op de risico’s van bieden zonder voorbehouden. Ook wordt verkend of het voorbehoud op bouwkundige keuring als expliciete keuze opgenomen kan worden in het modelkoopcontract. Momenteel is alleen het financieringsvoorbehoud standaard opgenomen. In de toelichting kan de consument gewezen worden op de risico’s van het laten vervallen van voorbehouden. Het modelkoopcontract is een gedeelde verantwoordelijkheid van brancheorganisaties en consumentenorganisaties.

Steekproef (aankoop na 1 januari 2012)

Van deze groep respondenten (uit steekproef) zegt 63 procent een financieringsvoorbehoud opgenomen te hebben in het koopcontract, 20 procent een voorbehoud van bouwkundige keuring en 11 procent een voorbehoud verkoop eigen woning. 23 procent van de respondenten geeft aan geen van deze drie ontbindende voorwaarden te hebben opgenomen. 8 procent van de respondenten weet niet of deze voorwaarden opgenomen waren.

Ontbinden koopovereenkomst

De enquêteresultaten wijzen er op dat getekende koopovereenkomsten in circa 5 procent van de gevallen ontbonden worden. Deze koopovereenkomsten worden in 70 procent van de gevallen ontbonden binnen de drie dagen wettelijke bedenktermijn of door gebruik te maken van een ontbindende voorwaarde. In ruim 20 procent van de gevallen is geen gebruik gemaakt van een ontbindende voorwaarde en is buiten de drie dagen bedenktermijn ontbonden.

Bron: Rijksoverheid


6 juli 2017

Feiten over de WOZ

De gemiddelde WOZ-waarde van woningen stijgt volgend jaar met 5 tot 7%. Dat schrijft de Waarderingskamer (de toezichthouder op de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ)) in een brief aan de staatssecretaris van Financiën. De WOZ-waarde die men volgend jaar ontvangt, geeft de marktontwikkeling tussen 1 januari 2016 en 1 januari 2017 weer.

De Waarderingskamer wijst erop dat ontwikkeling van de woningmarkt in deze periode zeer verschillend is tussen gemeenten en tussen regio’s. In de Randstad is bijvoorbeeld sprake van een meer dan gemiddelde stijging en woningbezitters in deze regio moeten rekening houden met een stijging van de WOZ-waarde van ruim boven de 10%. In sommige andere gebieden is nog sprake van een lichte daling.

Bron: waarderingskamer


3 juli 2017

Aankoop woning zonder hypotheek

Bij 17% van de woningaankopen op de particuliere woningmarkt In Nederland werd in 2016 geen hypotheek ingeschreven. Dat concludeerde De Nederlandsche Bank (DNB) eerder al op basis van cijfers van het Kadaster.

Waar kopen ze? En om welk type woningen gaat het? Het gaat vooral om doorstromers, eigenaren van meerdere woningen, ouderen en om het appartemententype.

Forse stijging hypotheekloze woningaankopen

Het aandeel hypotheekloze aankopen op de particuliere woningmarkt is gestegen van 11% in 2006 naar 19% in 2013. Sinds 2013 daalde het aandeel licht naar 17% in 2016. Opvallend is dat gedurende de crisisperiode (2008-2013) het aandeel steeg en dat het aandeel licht afnam op het moment dat de woningmarkt uit de crisis kwam.

Vooral doorstromers en eigenaren van meerdere woningen

Bij 1 op de 8 woningen die door een doorstromer is gekocht werd geen hypotheek afgesloten. Eigenaren van meerdere woningen kochten het vaakst zonder hypotheek: bij meer dan de helft (61%). Hoe ouder de koper is, hoe vaker er hypotheekloos werd gekocht. Bij kopers van 70 jaar en ouder werd bij bijna de helft (47%) van de aankopen geen hypotheek afgesloten. Bij 3 van de 10 hypotheekloze aankopen werd een appartement gekocht.

Grote steden, kustgebieden en grensgebieden

In Amsterdam, Rotterdam en Den Haag werd bij ongeveer 1 op de 4 aankopen geen hypotheek afgesloten. In Utrecht lag het aandeel iets lager, hier was 1 op de 5 aankopen hypotheekloos. In de kustgebieden van Zeeland zijn 30 tot 40% van de woningen zonder hypotheek gekocht. Ook in Zandvoort, Noordwijk en het Noord-Hollandse Bergen is veel hypotheekloos gekocht.

Bron: Kadaster


29-06-2017

Kamervragen over regeling van restschuld

Staatssecretaris Wiebes heeft gereageerd op Kamervragen over het bericht 'Vereniging Eigen Huis wil regeling restschuld behouden'. 
Wiebes ziet geen aanleiding om de regeling, die geïntroduceerd is als crisismaatregel, te verlengen.

Crisismaatregel

De restschuldregeling is als crisismaatregel ingevoerd met ingang van 29 oktober 2012 voor een termijn van vijf jaar en loopt op 31 december 2017 af. De maatregel had tot doel de doorstroming op de woningmarkt te bevorderen. Personen met een zogenoemde onderwaterhypotheek – waarbij de waarde van de eigen woning lager is dan de op die woning rustende schuld – konden door de tijdelijke aftrekbaarheid (maximaal 15 jaar) van de rente en kosten op de bij verkoop van die woning resterende schuld in staat worden gesteld te verhuizen.

Woningtransacties

In het jaar dat de regeling werd ingevoerd bedroeg het aantal woningtransacties ongeveer 117.000, een aanzienlijke daling ten opzichte van een gemiddeld niveau van vóór de crisis van ongeveer 200.000. De doorstroming op de woningmarkt heeft zich inmiddels hersteld. In 2016 bedroeg het aantal transacties bijna 215.000 (bron: CBS). Op macroniveau is doorstroming hersteld.

Onderwaterhypotheek

Bij aanvang van de registratie van het aantal onderwaterhypotheken door De Nederlandsche Bank in 2013 bedroeg het onderwaterpercentage maar liefst 36%. Eind 2016 stond nog bijna 18% van de Nederlandse huishoudens onder water. Dit komt overeen met zo’n 620.000 huishoudens. Het
aantal onderwaterhypotheken zal verder dalen als gevolg van de stijgende huizenprijzen en de woningmarktmaatregelen van de afgelopen jaren (waaronder de afbouw van de maximale loan to value ( LTV)-ratio en de aflossingseis voor de hypotheekrenteaftrek die vanaf 1 januari 2013 geldt
voor nieuwe hypotheken). Zowel het aantal restschulden als de omvang daarvan zullen daardoor ook verder dalen.

Verwachting

Ook vóór de crisis stond al zo’n 13% van de huishoudens onder water. Gelet op de daling van het onderwaterpercentage in de afgelopen jaren (in 2016 daalde dit bijvoorbeeld met 8%-punt tot 18%) is het niet onwaarschijnlijk dat dit percentage einde 2017 weer op het niveau van voor de
crisis zal staan, met als groot verschil dat de rente nu veel lager is.

Bron: Rijksoverheid


2017-06-27

Subsidieregeling asbestsanering kleine daken in de maak

Staatssecretaris Dijksma informeerde de Tweede Kamer over de voortgang van de acties voor een gezond en veilig Nederland.

Vanaf 2024 zijn asbestdaken in Nederland verboden. Er moet nog ruim 120 miljoen m2  asbesthoudende daken worden verwijderd.

Subsidie

In 2016 is er voor ongeveer €21 mln aan subsidie aangevraagd. Er was € 15 mln beschikbaar. Op de subsidieaanvragen die niet in 2016 konden worden betaald, is in 2017 beschikt. Het budget voor 2017 was € 15 mln. Het budget dreigde snel uitgeput te worden, mede omdat de aanvragen uit 2016 ook uit dit budget betaald werden. Vandaar dat ik het budget voor de subsidieregeling heb opgehoogd tot € 25 mln in 2017.

Tegemoetkoming 'kleine daken'

Daarnaast wordt een wijziging van de subsidieregeling voorbereid om het mogelijk te maken dat daken kleiner dan 35 m2, die verwijderd worden door een professioneel saneerder, ook voor subsidie in aanmerking komen. Hiermee wordt tegemoet gekomen aan de wensen van particuliere dakeigenaren die het dak niet zelf mogen verwijderen omdat het dak bijvoorbeeld van dakleien is gemaakt.

Bron: Rijksoverheid


27-06-2017

Geen huurtoeslag meer voor bewoners van recreatiewoningen

Bewoners van recreatiewoningen hebben door een wijziging in de Wet op de huurtoeslag sinds 1 juli 2016 geen recht meer op huurtoeslag. De wet is gewijzigd omdat recreatiewoningen niet bedoeld zijn voor permanent verblijf.

De eisen die aan deze woningen worden gesteld – zoals isolatie en brandveiligheid – zijn veel lichter dan de eisen die worden gesteld aan woningen voor permanent verblijf. De overheid wil voorkomen dat zij burgers ondersteunt om in een woning te verblijven die daar niet geschikt voor is.

Niet met terugwerkende kracht

Bewoners van recreatiewoningen die op dit moment huurtoeslag ontvangen hoeven door het eindigen van hun recht op huurtoeslag geen plotselinge terugbetaling van hun ontvangen huurtoeslag te verwachten.

Wanneer stopzetten?

Als de Belastingdienst/Toeslagen vaststelt dat een bewoner van een recreatiewoning huurtoeslag ontvangt, sturen ze de bewoner een brief dat deze toeslag de maand daarop wordt gestopt. De huurtoeslag wordt niet met terugwerkende kracht per 1 juli 2016 gestopt, maar pas de maand nadat de bewoner een brief van de Belastingdienst hierover heeft ontvangen.

Bron: Belastingdienst


26-07-2017

Bestaande koopwoningen duurder

Bestaande koopwoningen waren in mei 7,8 procent duurder dan in mei 2016. Dat is de grootste prijsstijging na maart 2002. Sinds juni 2013 is sprake van een stijgende trend van de huizenprijzen. 

Dit blijkt uit het onderzoek naar de prijsontwikkeling van bestaande particuliere koopwoningen in Nederland van het CBS en het Kadaster.

Prijzen 17,7 procent hoger dan tijdens dal in juni 2013

In augustus 2008 bereikten de woningprijzen een piek. Vervolgens daalden de prijzen tot een dieptepunt in juni 2013. Sindsdien is er sprake van een stijgende trend. Ten opzichte van de piek is het prijsniveau 7,6 procent lager. Vergeleken met het dal zijn de prijzen gemiddeld 17,7 procent hoger. Het gemiddelde prijsniveau van bestaande koopwoningen is in mei 2017 ongeveer even hoog als in de zomer van 2006.

Bron: CBS/ Kadaster


15-06-2017

Raadplegen WOZ-waardeloket

Inmiddels zijn van circa 75% van de woningen in Nederland de WOZ-waarden zichtbaar in het WOZ-waardeloket. Wanneer in de komende maanden ook de resterende 125 gemeenten aansluiten op de Landelijke Voorziening WOZ (LV WOZ), groeit het aantal woningen in het WOZ-waardeloket naar 100%.

Gemeenten die nog niet zijn aangesloten op de LV WOZ maken de WOZ-waarden via een alternatieve voorziening openbaar. Op deze manier hebben belanghebbenden altijd de mogelijkheid om bijvoorbeeld de eigen WOZ-waarde te vergelijken met WOZ-waarden van vergelijkbare woningen.

Het WOZ-waardeloket blijkt duidelijk in een behoefte te voorzien. In de eerste drie maanden van de openstelling (laatste kwartaal 2016) hebben bijvoorbeeld al ongeveer 500.000 mensen het loket bezocht en het eerste kwartaal van 2017 lag dit aantal nog iets hoger door het bekend worden van de nieuwe WOZ-waarden. De piek van bezoekers lag in februari met ruim 25.000 unieke bezoekers op een dag. Gemiddeld telt het WOZ-waardeloket ongeveer 2.500 tot 5.000 bezoekers per dag. Naast belanghebbenden die hun WOZ-waarden vergeleken met andere woningen zijn er ook mensen die geïnteresseerd zijn in bijvoorbeeld een bepaalde buurt of een woning in verband met aankoopplannen. Het WOZ-waardeloket kent ook een groot aantal professionele gebruikers, zoals makelaars die zich voorbereiden op de verkoop van de desbetreffende woning of waterschappen die het WOZ-waardeloket gebruiken om te controleren of de ontvangen gegevens actueel zijn.

Bron: Waarderingskamer


13-06-2017

Afname aantal jongeren dat een woning koopt

De aanschaf van de eerste woning wordt met name door 'twintigers stellen' uitgesteld. NOS heeft aan de hand van een onderzoek van het Kadaster in een publicatie een aantal conclusies getrokken. Zo neemt het aantal koopstarters ouder dan dertig jaar toe. Dit meldt NOS.

Al negen jaar lang neemt het aantal twintigers toe. Je zou daarom verwachten dat er ook steeds meer jonge huishoudens zijn die hun eerste woning kopen. Maar dat is niet zo. Het tegenovergestelde is een feit. Dat blijkt uit een NOS-publicatie op basis van een onderzoek van het Kadaster. Steeds minder jonge huishoudens tot veertig jaar kiezen voor een koopwoning; twintigers laten de koopwoning meer en meer links liggen.

Redenen waarom twintigers de koop van een woning uitstellen

Meerdere studies geven aan dat vooral twintigers problemen ervaren bij het verkrijgen van een hypotheek. Daarvoor worden verschillende redenen genoemd. Zo hebben jongeren steeds meer te maken met flexibele arbeidscontracten; hierdoor is de financiering van de eerste eigen woning lastig is. Strengere hypotheekregels zorgen ervoor dat kopers eigen geld moeten meenemen. Voor jongeren betekent dit dat zij aanzienlijk moeten sparen.

Er wordt het vaakst gestart rond de leeftijd van 26

Ondanks dat er meer oudere koopstarters zijn, blijft de leeftijd waarop de meeste Nederlanders voor het eerst een woning kopen redelijk stabiel: rond de 26 jaar. Regionaal zijn er verschillen in de leeftijd. In Amsterdam werd in 2016 het vaakst gestart bij de leeftijd van 28, in Rotterdam 26, in Middelburg 24 en in Leiden bij de leeftijd van 30 jaar.

Bron: Kadaster / NOS